Zoeken

Ambulancemedewerkers moeten onveilige situaties melden

Gepubliceerd op 28 januari 2026

Als ambulancemedewerker kom je op plekken waar anderen niet komen. Achter de voordeur zien en horen we soms dingen die niet goed voelen. Denk aan (vermoeden van) kindermishandeling, verwaarlozing of huiselijk geweld. Onze collega’s zijn wettelijk verplicht om hiervan een melding te maken bij de aangewezen instanties. In 2025 kwam dit neer op zo’n 400 meldingen.

“Met altijd de insteek om de situatie voor iedereen te verbeteren,” zo legt Annelies van Willigenburg uit. Zij is teamleider Ambulancezorg en coördinator Kindermishandeling en Huiselijk Geweld (KMenHG) bij de Ambulancedienst Rotterdam-Rijnmond (ARR) en wil benadrukken dat het niet gaat om het aanwijzen van een schuldige. “Het gaat ons om het bieden van hulp. Wij bepalen niet hoe iemand moet leven.”

Als er een melding wordt gemaakt, dan bespreken de ambulancemedewerkers dat meestal met de patiënt. In situaties waar dat niet mogelijk of zelfs gevaarlijk is, kiest men ervoor om achteraf een brief te sturen. De melding wordt altijd vanuit de ARR gedaan en niet vanuit de collega. Daarbij zijn zoveel mogelijk medische en persoonlijke informatie eruit gehaald, die niet relevant zijn voor andere instanties. “Wij hechten veel waarde aan de privacy van collega’s, patiënten en de omgeving.”

Meerderheid blij met melding

En hebben de meldingen zin? “Zeker!” antwoordt Annelies. “Uiteindelijk is 70% achteraf toch blij dat hun situatie is opgepakt door de instanties.” Volgens haar gaat het niet altijd om moedwilligheid. “Wij zien vaak dat mensen wel willen, maar het niet meer kunnen of zelf hun situatie niet meer overzien. Denk aan het zorgen voor een zieke partner, maar daartoe niet in staat zijn. Of iemand die zijn huishouden verwaarloost en zo zorgt voor brandgevaar.”

De meldingen stonden voorheen bekend als een ‘Veilig-Thuis’-melding, maar het is inmiddels veel breder. “We hebben met veel meer instanties contact, zoals gemeenten of huisartsen. Wij zijn overigens een van de weinige regio’s die samenwerken met huisartsen op dit gebied,” legt Annelies trots uit. De nieuwste samenwerking is met forensisch artsen.

ambu liggend907-Megin-Zondervan

Geen vaste doelgroep

Essentieel bij het meldproces is dat de collega’s hun ‘eigen ideeën’ buiten de deur laten en puur kijken naar veiligheid en gezondheid. Het komt in alle lagen van de samenleving voor. “Deze meldingen hebben geen vaste doelgroep. Als je niet veel geld hebt voor een uitgebreide kinderkamer, betekent dit absoluut niet dat een kind geen liefde of aandacht zou krijgen. Of als een kind juist veel spullen heeft, kan er ook sprake zijn van verwaarlozing,” geeft de coördinator als voorbeeld. Zij benadrukt dat er in onze regio vaak culturele verschillen in aanpak van opvoeding of verzorging meespelen en dat het zeker niet meteen ‘fout’ hoeft te zijn.

Dit onderwerp is dus best complex en vraagt om goede training van het ARR-personeel in het herkennen van dit soort situaties. De collega’s komen vaak maar kort over de vloer bij een patiënt en het kan dan lastig zijn om een onveilige situatie of signalen te herkennen. Denk aan het internationale signaal voor hulp vragen, waarbij iemand zijn of haar duim in de hand ‘verstopt’.

Om de situaties te oefenen, zijn er regelmatig bijeenkomsten, gastsprekers en zet de ARR ook in op innovatieve manieren om te trainen. “Zo hebben we afgelopen jaar een escaperoom gemaakt om de collega’s meer inzicht te geven in de stappen van de meldcode. Het ging vooral om samenwerken, want je hebt ook in de praktijk elkaar nodig om een beeld compleet te maken. Zie jij wat ik zie?”

Van 25 naar 400 meldingen

En dat het werkt, is te zien aan het aantal meldingen. Tien jaar geleden kwamen er in onze regio 25 meldingen binnen op jaarbasis, afgelopen jaar rond de 400. “We hebben eerst veel energie gestoken in het opzetten van een goed meldingssysteem en het informeren van collega’s, dat heeft enorm geholpen.”

Een volgende ontwikkeling is dat ambulancemedewerkers vanaf begin 2026 geen apart formulier meer hoeven in te vullen om een melding te maken, maar kan dit via het systeem van het Digitaal Ritten Formulier (DRF). Dit vullen zij toch al in en dat scheelt veel tijd. Het is ook minder foutgevoelig. “Zo bouwen we steeds verder aan de belangrijke positie van dit onderwerp binnen de ARR.”

Foto's: Kevin Vervoort en Megin Zondervan

KMenHG 1 2848-Kevin-Vervoort